058 2135010 | info@jorritdeboer.nl

Behandeling

Achtergrond

Bewegen is de meest elementaire vorm van menselijk gedrag.Het ligt aan de basis van alle gedrag. Bewegingsgedrag vormt het vakgebied van de fysio- en manueeltherapeut. Belangrijk element daarin is de kennis van anatomie, fysiologie en biomechanica van het spier- en skeletstelsel. Daarnaast is kennis noodzakelijk over de wijze waarop er samenhang ontstaat in spier- en gewrichtsactiviteit. Functies binnen het centrale zenuwstelsel, m.n. in de waarneming, spelen daar een belangrijke rol in.

In grote lijnen bewegen mensen ogenschijnlijk hetzelfde maar in detail treden veel verschillen op. Die verschillen ontstaan bijvoorbeeld door andere lichaamsverhoudingen en lichaamsbouw, door verschil in weefselkwaliteit en door erfelijke factoren. Een andere belangrijke factor wordt gevormd door invloed van de waarneming.

Niet-waarnemen is in levende organismen (zoals mens en dier) onmogelijk. Mensen ervaren daardoor altijd een eigen lichamelijke bestaan en elementen van de omgeving waar dat bestaan deel van uit maakt. Dat gebeurt voor het overgrote deel volkomen onbewust.

De belangrijkste eigenschap van dit ervaringsfenomeen is dat het in feite een eerste waardeoordeel creëert over de situatie waarin iemand zich bevindt. In de meest elementaire zin ontstaat hierdoor een tendens om zich te begeven in die situatie of zich er juist uit terug te trekken. Deze tendensen hebben invloed op allerlei facetten van het bewegen: spier- en bindweefselfuncties, prikkelgevoeligheid, coördinatie, etc.. Hierdoor kunnen grote verschillen in pijn en bewegingsgedrag ontstaan.


Praktijk

Voorafgaand aan de behandeling wordt eerst onderzoek gedaan om lichamelijke belemmeringen in kaart te brengen. Het gaat dan o.a. om mogelijke pathologie die een rol kan spelen in het bewegingsgedrag en om zaken zoals mobiliteit, spierkracht, spierspanning, circulatie, zenuwgeleiding, belastbaarheid, conditie en het herkennen van (patronen in) handelingen of houdingen die klachten provoceren. Daarnaast richt het onderzoek zich op de wijze waarop bestaande mogelijkheden in het bewegen benut worden, m.a.w. hoe bewegingen tot doelgericht functioneel bewegingsgedrag georganiseerd wordt.

Het herstellen van stoornissen en het corrigeren van de bewegingscoördinatie gebeurt door middel van handmatige technieken en oefening. De behandelingen zijn nooit forcerend.

Binnen een beperkt aantal sessies moet verbetering merkbaar zijn.

‘Kraken’

Dit is een specifieke vorm van manuele therapie. Hierbij voert de behandelaar een mobilisatietechniek uit om de beweeglijkheid van het gewricht en soms ook de positie van een botstuk aan te passen. Het kan gepaard gaan met een hoorbare ‘knak’ en is soms forcerend.

Ik gebruik dergelijke technieken niet. Het past niet in mijn opvatting van hoe bewegingsgedrag tot stand komt en hoe je daar het beste invloed op uit kunt oefenen. Manuele therapie biedt ook andere mogelijkheden om de gewenste veranderingen te bereiken.

Een uitgebreide vakinhoudelijke toelichting op theorie en praktijk van mijn behandelen
kunt u hier lezen
.